Ik sta in de supermarkt, mijn boodshappen in te laden. Achter me staan nog twee klanten met volle karren en daar achter staat een van mijn tantes. Ik zie haar niet heel vaak, ook al woont ze in hetzelfde dorp.
'Haaai Francine!', roept ze. Ik draai me om, zie haar dan pas en zwaai vrolijk. 'Haaaaai!'
'Gaat het goed met je?' vraagt ze aan me, luid, want er staan tenslotte wat mensen tussen ons. 'Ja hoor!' antwoord ik, mijn tas volstouwend met amandelmelk en andijvie voor mijn smoothie van morgenochtend.
'Je bent anders wel weer aangekomen!' roept ze.
De ene mevrouw tussen haar en mij hoort het niet, de andere wel, en ze knipoogt naar me, een 'ach, oude mensen...' gebaar.
Maar het helpt niet. Het bloed stijgt naar mijn wangen en de tranen prikken al.
'Sport je nog wel?' informeert ze, terwijl ze dichter naar me toeschuift. 'Ja hoor', antwoord ik, vijf keer in de week. mar zo dun als voor de marathon ben ik nou eenmaal niet meer'. Maar ik moet gaan tante O., de kinderen zijn thuis en wachten op hun avondeten, doe je de groetjes aan allemaal, ja, ik ook, ja, daag.
En ik maak me uit de voeten.
Ze heeft natuurlijk gewoon gelijk.
Ik blogde er al eens over. Ik sport weliswaar nog steeds vier of vijf keer in de week, maar ik leef niet meer op een constant calorieen-deficient. En, ook al sport ik veel, ik ren nog maar een factie van het pre-marathon traingssschema. En, ik eet soms gewoon meer dan ik nodig heb.
Ok, en ik draag een truitje met streepjes in de breedte dat acuur de vuilnisbak in gaat, want zo ben ik dan ook wel weer.
:(
Aan de ene kant doe ik heel er mijn best om mijn lichaam te waarderen voor wat het kan. Ik ben echt sterk. Ik ben zelden ziek. Ik heb een herstellend vermogen waar je u tegen zegt. Mijn spieren zijn in staat iedere dag flink belast te worden, zonder daar veel hinder van te ondervinden. Spierpijn heb ik bijna nooit. Ik kan rennen, ik kan fietsen, ik plank menigeen eruit. Over twee weken loop ik de Amsterdam Halve, en de plannen voor weer een hele, in 2017, broeien in mijn hoofd.
Aan de andere kant mis ik hoe het eruit zag. Hoe licht ik me voelde. Hoe cool het was om in maat 38 te passen. Ik mis dat, want ik was er trots op, maar ik mis het ook weer niet genoeg om er honger voor te gaan lijden.
Van honger word je zo chagerijnig.
En speaking of chagerijnig, wat geeft mensen toch het idee dat ze zomaar ten allen tijde opmerkingen mogen maken over mijn figuur? Toen ik zo mager was, want het was niet meer slank, het was echt best wel mager, kreeg ik opmerkingen over dat ik 'doorsloeg', dat ik 'nu echt te ver ging', dat ik 'er ziek uit zag'. For the record, ik was niet ziek. Ik was afgetraind.
Nu ik wat zwaarder ben, is het weer niet goed. Wat doet het ertoe? Wat kan dat andere mensen eigenlijk schelen? En bovendien, wiens zaak is dat, behalve de mijne?
Ik zeg toch ook niet: 'Heeeee, tante O.! Wat leuk dat ik je weer eens tegenkom! Gaat het goed met je? Want je hebt er wel heel veel rimpels bij gekregen zeg sinds vorige keer'.
F-ck dat soort gedrag.